Geschiedenis

Coudewater, ook Koudewater Couwater of Mariënwater genoemd, was een dubbelabdij van de orde der Birgittinessen en Birgittijnen. Het was het eerste klooster van deze orde in de Nederlanden en werd in 1434 gesticht door Milla de Kampen en Peter de Gorter. De laatste zou een visioen gehad hebben, waarin hij in een bijenkorf een uit bijenwas vervaardigd dubbelklooster en kapel had gezien. Dit visioen werd voor het eerst beschreven in de kroniek van Marie van Oss.

In 1566 woedde in de abdij een beeldenstorm. Nadat het gebied Staats geworden was in 1648 (en onder protestantse en Hollandse invloed kwam), werd het klooster van de helft van zijn bezittingen beroofd. Later werd door de Staten-Generaal ook de rest van het klooster verbeurdverklaard. De Birgittinessen waren bang dat hun klooster zou worden verkocht en zochten naar een alternatief, dat ze uiteindelijk vonden in het nabijgelegen Land van Ravenstein. Zij betrokken te Uden in 1713 een oud kruisherenklooster en richtten daar het klooster Maria Refugie op. Het oorspronkelijke vrouwenklooster kreeg toen de naam Mariënwater terug. De Birgittijn Judocus Roosen bleef werkzaam als pastoor van Rosmalen, ook nadat alle kloosterlingen vertrokken waren. De katholieken van Rosmalen konden nog enige tijd terecht in de kapel van Coudewater. Daarna namen ze hun toevlucht tot een schuurkerk.

In 1870 werd landgoed Coudewater gekocht door dr. E. van den Bogaert en dr. L. Pompe. Dezen hadden de ‘Maatschappij tot verpleging van krankzinnigen’ op het land opgericht. Ze stichtten op het landgoed een instelling voor de verpleging van psychiatrische patiënten die de naam Coudewater kreeg. Het landgoed met psychiatrisch ziekenhuis werd later onderdeel van GGZ Oost Brabant. Anno nu is het, zoals bekend, eigendom van VOF Land van Coudewater.

Bron: bewerkt Wikipedia lemma.